Autoveiligheid voorbij het stoeltje

Dikke jassen, losse spullen en de gewoontes die bepalen of het stoeltje echt werkt

Het stoeltje is het begin, niet het einde

De meeste ouders steken veel tijd in de keuze van het autostoeltje, en dat is terecht, want een goed gekozen en correct gemonteerd stoeltje is de belangrijkste maatregel in de auto. Toch gaat het in de praktijk zelden mis met het stoeltje zelf en veel vaker met alles eromheen. Een jas die tussen kind en gordel zit, een tas op de hoedenplank, een broertje dat de gordel onder zijn arm door doet: dat zijn de dingen die de bescherming stilletjes uithollen. Ze vallen niet op, want de auto rijdt precies hetzelfde als altijd en het stoeltje ziet er goed uit. Dit artikel gaat daarom bewust niet over welk merk je moet kopen, maar over de gewoontes rond het stoeltje. Ze kosten samen hooguit dertig seconden per rit en ze bepalen of het stoeltje bij een botsing daadwerkelijk doet wat de fabrikant belooft. Loop ze een paar weken bewust langs, daarna doe je ze zonder nadenken.

Dikke jassen horen niet in het stoeltje

Een winterjas onder de gordels is de bekendste en tegelijk de meest hardnekkige fout in de auto. Het probleem is dat de vulling van een jas samendrukt op het moment van een botsing, waardoor er ineens ruimte ontstaat tussen het kind en de gordel die je zelf strak dacht te hebben gezet. Je kind kan dan naar voren schieten of in het ergste geval deels uit het harnas komen, terwijl de gordel er vooraf keurig uitzag. Dat geldt voor gewatteerde winterjassen, voor dikke fleecevesten en ook voor het populaire tussenjasje met veel vulling. De praktische oplossing is simpel: doe de jas uit, zet je kind vast en leg de jas daarna omgekeerd over het harnas heen, of gebruik een deken. Voor baby's bestaan er ook voetenzakken die onder het kind door lopen en de gordels vrijlaten; kijk daarbij altijd of de fabrikant die expliciet goedkeurt voor gebruik in het stoeltje. Warm de auto liever een paar minuten voor dan dat je je kind dik ingepakt vastzet.

De knijptest: hoe strak is strak genoeg

Een gordel of harnas dat te los zit is de tweede stille fout, en anders dan bij een dikke jas zie je hier vaak wel iets, alleen weet je niet waar de grens ligt. De gangbare controle is de knijptest: probeer bij het sleutelbeen een plooi in de gordelband te knijpen. Lukt dat, dan zit het harnas te los en moet het strakker. Zit het goed, dan glijden je vingers over de band zonder dat je stof kunt oppakken. Controleer daarnaast of de borstclip of het gordelslot op okselhoogte zit en niet op de buik, want een clip die te laag zit laat de schoudergordels naar buiten glijden. Kijk ook of de schoudergordels bij een achterwaarts geplaatst stoeltje uit de sleuven op of net onder schouderhoogte komen, en bij een voorwaarts geplaatst stoeltje op of net boven schouderhoogte. Verstel die hoogte mee als je kind groeit, want de instelling schuift ongemerkt achter op de werkelijkheid aan.

De controle van dertig seconden

  • Jas uit: geen dikke vulling tussen je kind en de gordels
  • Knijptest bij het sleutelbeen: geen plooi in de band te pakken
  • Borstclip of gordelslot op okselhoogte, niet op de buik
  • Schoudergordels in de sleufhoogte die bij de lengte van je kind past
  • Niets hards los in de auto: tassen, flessen en speelgoed opgeborgen
  • Iedereen vast, ook de volwassenen achterin

Losse spullen worden projectielen

Alles wat los in de auto ligt, beweegt bij een botsing met de snelheid waarmee je reed. Een laptoptas op de achterbank, een thermosfles in de deur of een hard speeltje op de hoedenplank wordt daarmee een voorwerp dat een kind in het gezicht kan raken, en juist achterin zit je kind op de plek waar die dingen terechtkomen. De hoedenplank is de slechtste bergplek die er is, omdat er niets is dat de spullen tegenhoudt. Berg zware en harde voorwerpen daarom in de kofferbak op, het liefst tegen de rugleuning aan en niet los bovenop de rest. Geef in de auto alleen zacht speelgoed mee, dus stof in plaats van hout, plastic of metaal. Let ook op de dingen die je zelf tijdelijk neerlegt: een paraplu bij het instappen, boodschappen die je even naast je kind zet, de tas van visite. Maak er een gewoonte van om voor het wegrijden één keer rond te kijken en alles wat hard is naar achteren te brengen.

Nooit alleen achterlaten, ook niet heel even

Een kind alleen in de auto laten is ook bij gematigd weer geen goed idee, want de temperatuur in een gesloten auto loopt veel sneller op dan mensen verwachten en een baby raakt oververhit voordat jij terug bent. Een raampje op een kier verandert daar weinig aan en schaduw is geen garantie, omdat de zon verschuift terwijl jij binnen staat. Daar komt bij dat je kind zichzelf niet kan bevrijden, dat de auto per ongeluk op slot kan gaan en dat een kind dat wakker wordt in paniek kan raken. Neem je kind dus mee, ook voor het afrekenen bij de pomp of het snel ophalen van een pakket. Vaste afspraken helpen: leg je telefoon of je tas achterin naast het stoeltje, zodat je nooit uitstapt zonder achterom te kijken. Merk je dat een kind na een warme rit rood, klam of suf is, veel huilt of juist ongewoon stil wordt, breng het dan direct naar een koele plek, geef kleine slokjes water en bel bij twijfel je huisarts, huisartsenpost of 112.

Achterwaarts, achterin en de airbag

De veiligste plek voor een kind is achterin, en het liefst zo lang mogelijk achterwaarts gericht. Achterwaarts rijden verdeelt de krachten bij een frontale botsing over de hele rug en het hoofd in plaats van over de nek, en dat verschil is bij jonge kinderen groot omdat hun hoofd relatief zwaar is en hun nek nog zwak. De vuistregel is dat je pas omdraait als je kind echt te lang is voor het stoeltje, en niet zodra het de minimumleeftijd heeft bereikt; veel stoeltjes staan achterwaarts gebruik tot ver in de peutertijd toe. Zet een achterwaarts gericht stoeltje nooit voorin op een plek met een actieve airbag, want een openklappende airbag raakt dan de achterkant van het stoeltje precies waar het hoofd ligt. Moet het toch voorin, schakel dan de passagiersairbag uit en schuif de stoel zo ver mogelijk naar achteren. Controleer bij een geleende of gehuurde auto altijd zelf of de airbag daadwerkelijk uit staat en vertrouw niet op wat iemand zegt.

In- en uitstappen: de stoepkant en het kinderslot

Het moment rond de auto is risicovoller dan de rit zelf, omdat je kind daar tussen bewegend verkeer staat terwijl jij je handen vol hebt. Laat kinderen daarom altijd aan de stoepkant in- en uitstappen en niet aan de straatkant, ook niet als dat een rondje om de auto betekent. Zet het kinderslot aan op beide achterportieren zodra je kind een klink kan bedienen, want een portier dat tijdens het rijden opengaat is een reëel risico. Vergrendel ook de bediening van de achterste ruiten, zodat een kind geen hand of hoofd naar buiten kan steken. Leer je kind om te wachten tot jij het portier opent en om na het uitstappen meteen naar de stoep te lopen en daar te blijven. Kijk zelf altijd achterom en om de auto heen voordat je achteruit de oprit afrijdt, want jonge kinderen zijn precies in de dode hoek klein genoeg om onzichtbaar te zijn.

Als iemand anders je kind vervoert

De regels die bij jou vanzelfsprekend zijn, gelden niet automatisch in de auto van opa en oma, van de oppas of van een vriend. Spreek daarom expliciet af welk stoeltje wordt gebruikt en laat de ander een keer voordoen hoe hij het monteert en het kind vastzet, in plaats van te vragen of het lukt. Leen bij twijfel je eigen stoeltje uit of koop een tweede exemplaar voor de auto waarin je kind regelmatig meerijdt. Let er bij een Isofix-montage op dat beide indicatoren groen staan en dat de steunpoot of de topband daadwerkelijk is gebruikt, want juist die laatste stap wordt vaak overgeslagen. Neem in een taxi je eigen stoeltje mee als dat kan, want de wettelijke uitzondering voor taxi's betekent niet dat het veilig is. Bespreek ook de kleine dingen: geen dikke jas, niets hards los op de hoedenplank, en iedereen vast.

Onderhoud, houdbaarheid en na een aanrijding

Een autostoeltje is geen product dat oneindig meegaat, en dat zie je er aan de buitenkant niet aan af. Kunststof veroudert door uv-licht en door de temperatuurwisselingen in een auto, waardoor de schaal minder energie opneemt; fabrikanten geven daarom een houdbaarheidstermijn aan, meestal ergens tussen zes en tien jaar na de productiedatum. Zoek die datum op de sticker onderop de schaal en noteer hem, dan hoef je er later niet naar te zoeken. Vervang een stoeltje na een aanrijding die meer was dan een lichte aanraking, ook als je niets ziet, want de schade zit in het materiaal en niet in de vorm. Wees om dezelfde reden voorzichtig met tweedehands stoeltjes zonder bekende geschiedenis en zonder handleiding. Was de bekleding volgens de instructies en gebruik geen agressieve middelen op de gordelbanden, omdat die het weefsel aantasten. Controleer tot slot af en toe of het stoeltje nog stevig staat, want een montage kan door dagelijks gebruik langzaam losser worden.