Loopstoelen, loopwagens en loopfietsjes: wat wel en wat niet

Wat VeiligheidNL afraadt, wat wel kan en hoe je kind op eigen tempo leert lopen

Waarom bewegend speelgoed extra aandacht verdient

Speelgoed dat je kind laat rijden, stuiteren of rondrollen voelt als een logische stap richting zelf lopen. Toch is dit precies de categorie waarin snelheid, hoogte en een kind dat zijn eigen bewegingen nog niet overziet samenkomen. Een kind in een loopstoel of op een loopfiets is ineens sneller, hoger en verder weg dan je gewend bent, terwijl het nog geen idee heeft van gevaar. Daarnaast verschillen de producten sterk: sommige zijn prima onder de juiste voorwaarden, andere worden door VeiligheidNL uitdrukkelijk afgeraden. In dit artikel lopen we de meest gekochte varianten langs. We vertellen per product wat het risico is, wat je eraan doet en wanneer je het beter kunt laten staan.

De loopstoel: waarom VeiligheidNL hem afraadt

Een loopstoel is een frame op wieltjes waarin je baby rechtop hangt en zich met de voetjes voortduwt, nog voordat het zelf kan staan of lopen. VeiligheidNL raadt het gebruik van een loopstoel af, en daar zijn duidelijke redenen voor. Een kind in een loopstoel gaat veel sneller dan het zelf zou kruipen, kan van de trap of een opstapje rollen en kan ineens bij dingen die normaal buiten bereik staan, zoals hete dranken, kookplaten en snoeren. Ongelukken met loopstoelen gebeuren vaak in een paar seconden, ook als er een volwassene in de buurt is. Daarnaast helpt een loopstoel je kind niet om eerder of beter te leren lopen. Ons advies sluit aan bij dat van VeiligheidNL: koop hem niet, en accepteer er ook geen tweedehands of geleend exemplaar.

Snel overzicht per product

  • •Loopstoel: afgeraden door VeiligheidNL, ook tweedehands niet doen
  • •Loopwagen: stevig of verzwaard model, pas als je kind zich zelf optrekt
  • •Springstoel aan de deurpost: liever niet, anders kort en onder toezicht
  • •Speelcentrum: kort gebruiken, nooit als oppas, uit de buurt van hitte en koorden
  • •Wipstoel: altijd op de grond, tuigje vast, niet in laten slapen
  • •Loopfiets: als je kind stevig loopt, altijd met helm en nooit langs de weg

Leren lopen gaat vanzelf

Kinderen leren lopen op hun eigen tempo, en daar zijn geen hulpmiddelen voor nodig. De stappen gaan van rollen en kruipen naar optrekken aan meubels, langs de bank schuifelen en dan de eerste losse pasjes, en elke stap bouwt kracht en evenwicht op voor de volgende. Ruimte op de vloer, stevige meubels om je aan op te trekken en blote voeten op een stroeve ondergrond doen meer dan welk speelgoed ook. Er zit een grote spreiding in de leeftijd waarop kinderen gaan lopen, en een kind dat later loopt is niet achter. Maak je je zorgen over de motorische ontwikkeling van je kind, bespreek dat dan op het consultatiebureau. Daar kijken ze naar het geheel en niet naar één mijlpaal.

De loopwagen of duwkar

Een loopwagen is iets anders dan een loopstoel: je kind duwt het karretje zelf voort terwijl het al kan staan, en houdt zelf de regie. Dat kan prima, mits je let op een paar dingen. Kies een stevig, breed model dat niet naar voren kantelt als je kind erop leunt of zich eraan optrekt; verzwaarde modellen of wagens met een rem of instelbare wielweerstand zijn het veiligst. Gebruik de loopwagen pas als je kind zich zelf optrekt en langs meubels loopt, en niet om het lopen te forceren. Laat je kind er nooit mee in de buurt van de trap, een opstapje of de buitendeur spelen, want een rollend karretje stopt niet vanzelf. Controleer regelmatig of de wieltjes en de handgreep nog goed vastzitten.

Springstoelen en speelcentra

Een springstoel die aan de deurpost hangt en een stilstaand speelcentrum waarin je kind rechtop zit, worden vaak samen met de loopstoel genoemd, maar ze rijden niet weg. Toch zijn ze niet zonder risico: een deurveer kan losschieten als de bevestiging niet goed is, en je kind zit in een houding die het zelf nog niet kan aannemen. Gebruik zulke producten daarom liever niet, en als je ze gebruikt, dan kort, onder toezicht en nooit als oppas terwijl je even weg bent. Controleer bij een springstoel steeds de klem op de deurpost en de staat van veren en riemen. Zet een speelcentrum op afstand van meubels, gordijnkoorden, hete dranken en de kookplaat, want je kind kan er verder mee reiken dan je denkt. Vloertijd blijft het belangrijkste voor de ontwikkeling.

Wipstoelen en schommels: altijd op de grond

Een wipstoel is handig in de eerste maanden, maar leidt tot een bekend type ongeluk: de wipstoel die van een tafel, aanrecht of bank schuift doordat de baby beweegt. Zet een wipstoel daarom altijd op de grond, nooit op een verhoging, ook niet even. Doe het tuigje altijd vast, ook als je er vlak naast zit. Laat je baby niet in een wipstoel of babyschommel slapen; valt je baby in slaap, leg hem of haar dan plat in een eigen bedje, zoals de adviezen voor veilig slapen aangeven. Stop met de wipstoel zodra je kind zich zelf probeert op te richten of eruit te klimmen, en houd je aan het maximumgewicht van de fabrikant. Een babyschommel hoort op een vlakke, stabiele ondergrond, uit de buurt van trappen en snoeren.

Het loopfietsje: vanaf wanneer en met welke regels

Een loopfiets is een mooi speelgoed voor een kind dat stevig loopt, meestal rond de leeftijd van twee jaar, maar dat verschilt per kind. Kies een loopfiets waarbij je kind met beide voeten plat op de grond kan staan terwijl het op het zadel zit. Laat je kind vanaf het begin een goed passende fietshelm dragen, zodat dat gewoon wordt. Kinderen op een loopfiets halen sneller vaart dan je verwacht, vooral op een helling; rijd daarom op een vlakke, afgesloten plek, nooit langs de weg, bij water of in de buurt van een trap. Draag dichte schoenen, geen slippers of sloffen. Blijf altijd binnen handbereik zolang je kind nog niet zelf kan remmen of sturen.

Tweedehands en geleend bewegend speelgoed

Veel bewegend speelgoed gaat van gezin naar gezin, en dat is prima, zolang je het eerst goed bekijkt. Kijk of er een CE-markering en een gebruiksaanwijzing bij zitten, en zoek bij twijfel online of het product ooit is teruggeroepen. Controleer wieltjes, remmen, scharnieren en klemmen op slijtage, losse delen en scherpe randen, en kijk of er kleine onderdelen kunnen losraken. Bij springstoelen en speelcentra let je extra op veren, riemen en de bevestiging. Een geleende loopstoel blijft een loopstoel, ook al was hij gratis; ook die neem je dus niet aan. Twijfel je of iets nog veilig is, laat het dan staan; een kapotte rem of los wiel ontdek je liever niet halverwege de stoep.

Ruimte maken in plaats van speelgoed kopen

De beste investering in leren lopen is geen speelgoed, maar een veilige ruimte om te oefenen. Zorg voor een vrije vloer met een stroeve ondergrond, stevige meubels die niet kantelen als je kind zich eraan optrekt en een traphekje boven en onder aan de trap. Veranker kasten en ladekasten aan de muur, want een kind dat leert staan, trekt zich overal aan op. Haal tafelkleden en loshangende snoeren weg, zodat optrekken niet eindigt met iets zwaars of heets op het hoofd. Laat je kind op blote voeten oefenen en gun het de tijd. Gebruik de kamerchecklists in deze app om per ruimte na te gaan of alles klaar is voor een kind dat gaat lopen.